Lijdende vorm

Herken je de lijdende vorm? In deze test wordt je steeds gevraagd of de zin bedrijvend of lijdend is. Geef het juiste antwoord.

Uitleg

In de lijdende vorm staat niet degene die het doet centraal, maar wat gedaan wordt. In sommige gevallen is dat een logische keuze. Neem bijvoorbeeld de volgende zin: De vuilnis wordt iedere dinsdag voor 12.00 uur opgehaald. Wie de vuilnis ophaalt, doet er voor mij niet toe. Wel dat het wordt gedaan.

Nu denk je misschien: “Als het niet fout is, waarom moet ik dit dan leren?”

Als je een tekst voor een groot gedeelte in de lijdende vorm schrijft, dan komt de tekst onpersoonlijk over. Degene die iets doet (de dader), ontbreekt namelijk.

Lijdend (passief)

Een andere naam voor de lijdende vorm is de passieve vorm: het onderwerp doet namelijk niets, maar wordt gedaan.

Het onderwerp| wordt |door iemand |gedaan.

De brief | wordt| door de secretaresse |getypt.

persoonsvorm: wordt
onderwerp: de brief

Als je van een lijdende zin een bedrijvende zin maakt, dan verandert het onderwerp in het lijdend voorwerp. Hier kom ik later nog op terug.

Bedrijvend (actief)

Een andere naam voor de bedrijvende vorm is de actieve vorm: het onderwerp is namelijk actief en voert een handeling uit (werkwoordelijk gezegde) of is iets (naamwoordelijk gezegde).

Het onderwerp| doet| iets.

De secretaresse| typt |de brief.

persoonsvorm: doet
onderwerp: de secretaresse
lijdend voorwerp: de brief

Bedrijvend: onderwerp doet iets.
Lijdend: onderwerp wordt door iemand gedaan.

Voorbeelden

Bedrijvend: Jan schept het eten op.

  • Lijdend: Het eten wordt door Jan opgeschept.

Bedrijvend: Quentin trapte de bal in het verkeerde doel.

  • Lijdend: Door Quentin werd de bal in het verkeerde doel getrapt.

Bedrijvend: Büsra moet altijd heel veel huiswerk maken.

  • Lijdend: Door Büsra moet altijd heel veel huiswerk worden gemaakt.

Van bedrijvend naar lijdend in de onvoltooide tijd

  1. Het lijdend voorwerp wordt het onderwerp.
  2. Het hulpwerkwoord worden toevoegen.
  3. Voor het onderwerp door zetten.

Denk hierbij aan de tijd van de zin.

Oefenen:

 Van lijdend naar bedrijvend in de onvoltooide tijd

  1. Zoek de dader (door…) Dat wordt het onderwerp.
  2. Worden weglaten en je hebt het gezegde.
  3. Het onderwerp wordt het lijdend voorwerp.

Oefenen