Werkwoorden

Een werkwoord is een woord dat een handeling of activiteit aangeeft. Het zijn woorden waar je moe van wordt. Je kunt de volgende soorten onderscheiden:

1. Zelfstandige werkwoorden

Deze werkwoorden kunnen zelfstandig in een zin staan. Meestal dragen ze de betekenis van de handeling.

Voorbeelden: lopen, werken, fietsen

2. Hulpwerkwoorden

Deze werkwoorden helpen het zelfstandige werkwoord. Je gebruikt deze werkwoorden om een zin in de voltooide tijd te zetten; de zin passief te maken; een mogelijkheid uit te spreken of de zin in de toekomende tijd te zetten.

Voorbeelden: hebben, zijn, worden, zullen, kunnen, moeten, mogen, willen

3. Koppelwerkwoorden

Deze werkwoorden verbinden (koppelen) een naamwoord met het onderwerp en is onderdeel vanhet naamwoordelijk gezegde. 

zijn, worden, blijven, blijken, lijken, schijnen, heten, dunken, voorkomen