Verleden tijd | Sterke en onregelmatige werkwoorden

In het Nederlands zijn de meeste werkwoorden regelmatig. Dat is gemakkelijk, want dat betekent dat je regels kunt toepassen.

1. REGELMATIGE WERKWOORDEN in de verleden tijd

Onvoltooid verleden tijd enkelvoud Onvoltooid verleden tijd meervoud Voltooid deelwoord
stam + de stam + den ge + stam + d
stam + te stam + ten ge + stam + t

2. ONREGELMATIGE WERKWOORDEN in de verleden tijd

Maar het Nederlands kent wel een paar sterke en onregelmatige werkwoorden. Deze houden zich niet helemaal aan de regels (bakken – bakte – gebakken) of zelfs helemaal niet (lopen – liepgelopen). Waarom niet alle woorden regelmatig zijn, heeft te maken met taalontwikkeling.

Denk bijvoorbeeld aan nieuwe werkwoorden als googelen, whatsappen en twitteren. Vooral die laatste is interessant: soms zeggen mensen getweet, dan weer getwitterd. En is het nu twitterde of tweette? Kies je voor regelmaat, dan krijg je twitteren – twitterde –  getwitterd, maar mensen zijn geen regels.

Je zult dus de sterke en onregelmatige werkwoorden moeten leren. Gelukkig zijn dat er niet zo veel en de meeste ken je wel.

Je werkt als volgt:

  1. Download de lijst onregelmatige en sterke werkwoorden zodat je deze kunt leren. De lijst is opgedeeld in 11 delen.
  2. Maak eerst zinnen met de woorden. Het doel van deze oefening is namelijk dat je de woorden ook herkent en kunt gebruiken.
  3. Ken je de betekenis niet? Ga naar eerst naar vandale.nl, noteer de betekenis en en maak daarna een goede zin met het woord.
  4. Leer steeds een deel van de woorden en controleer daarna of je de woorden kunt vervoegen door de oefening te maken.
  5. Heb je geen fouten, dan ga je naar de volgende oefening.
  6. Je zult vaker dan één keer moeten oefenen om de woorden een plek in je geheugen te geven.

3. Oefenen:

 Module sterke en onregelmatige werkwoorden